donderdag 15 september 2011

Relatief

Ik heb een theorie over wat onze aardkloot nou eigenlijk is; een cel.
De aarde is miniscuul in het universum, maar wij vinden de aarde groot; alles is relatief. Het universum is laten we zeggen een deel van een bloedsomloop. De aarde is een klein celletje in die bloedsomloop. Wij, de mens, zijn een kwaadaardig virus op dat kleine celletje. We bevuilen de cel en maken ‘m uiteindelijk kapot, we proberen op andere cellen te komen om te kijken of daar leven is. Is daar geen leven dan zullen wij zelf daar uiteindelijk gaan leven, en zo “infecteren” we andere cellen in de bloedsomloop. Nu zijn we nog maar in een beginfase met het infecteren van een, eh, lichaam. We hebben immers nog maar één cel geïnfecteerd, dus antibioticica (meteorieten) hebben we (nog) geen last van. In onze eigen ogen is een jaar of 80 leven best lang, terwijl planeten al miljoenen jaren leven, alles is te relativeren.

Gekke gedachte, zeg je?

Cellen die in ons lichaam leven zijn erg klein. Waarom zou de aarde geen klein celletje kunnen zijn? Wij zijn erg klein in het universum, al is een persoon van twee meter best groot. Alles is relatief. Een mier is klein, en diezelfde mier denkt dat we reuzen zijn. In de ogen van een boom zijn wij klein, terwijl wij een boom juist groot vinden, enzovoorts.

Alles is relatief.

vrijdag 9 september 2011

Zondag.

Ik heb twee favoriete voetbalclubs, waardoor men mij vaak een beetje raar aankijkt. Nummer één is (natuurlijk, ik ben Groninger) FC Groningen, en nummer 2 is AFC Ajax. Ik ben opgegroeid als Ajax-fan, ik had op m’n kamer behang van Ajax en er hing een lamp van de Amsterdamse voetbalclub aan het plafond. Maar als Groninger voor Ajax zijn kan toch niet!? Iedereen heeft wat tegen Ajax, om wat voor reden dan ook, maar goed.
Zelf ga ik soms op zondagmiddag wel naar de FC toe om een potje voetbal te bekijken. De sfeer en het toch over het algemeen wel goede voetbal van FC Groningen maakt het erg leuk om te zien. FC Groningen moet thuis tegen Ajax? Dan ben ik wel voor de club uit de Stad. En uit tegen Ajax? Ook dán ben ik voor de jongens in het groen-wit.

M’n vader voetbalde, en m’n broer voetbalde ook, dus heb ik  zelf uiteraard ook geprobeerd te voetballen. Ben er na een paar jaartjes mee gestopt, vond er geen bal meer aan.
Één van de dingen die ik er nog van weet is dat er altijd ontzettend fanatieke ouders langs de kant stonden. Trots op de kinderen als ze moesten voetballen, trotser als ze scoorden en het trotst als ze wonnen.
Ook weet ik nog dat we af en toe met een tournooitje meededen, waar we niet altijd even goed in presteerden. Zo heb ik thuis nog een troffee staan die we “gewonnen” hebben door laatste te worden. Poedelprijs noemen ze dat.
Poedelprijs is trouwens gemaakt met het woord “poedelen”, wat een niet vaak gebruikt woord is voor badderen, maar ook voor blunderen en missen. Een poedelprijs is dus voor iemand die veel blundert of mist.

Zo, nu eventjes over zondag.

Zondag is toch wel een van de favoriete dagen van de week. Lekker uitslapen, lang douchen en natuurlijk om zeven uur ‘s avonds op Nederland 1; voetjebal. Daar hoort natuurlijk wat te eten bij. Bij ons, en vele andere huishoudens, wordt er op zondagavond vaak patat gegeten. Dus rond half zeven wordt haastig de snackbar opgebeld, twee patat oorlog, één patat speciaal, twee frikandellen speciaal en ’n kroketje. Aangekomen bij de snackbar zitten en staan er meerdere mannen ongeduldig naar de klok te kijken, kwart voor zeven al. Ik heb het geluk dat de snackbar maar een paar minuutjes lopen is. Vijf voor zeven; “Bestelling voor Abee?” “Ja!”. Gelukkig, vijf minuutjes om terug te lopen, moet te doen zijn. Thuis aangekomen is Tom Egbers inmiddels al begonnen te vertellen wie tegen wie gespeeld hebben. Snel bordje op schoot, en genieten maar van de patat, want voetbal kijken op televisie is geen bal aan.

dinsdag 6 september 2011

Goh.

De Nederlandse taal kent vele juweeltjes. Galjoen, memoires, fluweel, kroontjespen, sprokkelen, en jemig zijn mooie woorden. Mooi in de zin van ze zijn leuk om uit te spreken, ziet er leuk uit, jofel.
Ook zijn er woorden met een mooie betekenis; liefde, schoonheid, dineren, muziek, aanmoedigen, vertrouwen, vriendschap en natuurlijk Ferrari.
Woorden die mooi worden geschreven, zoals caissière, souterrain, oedeem, guillotine, manoeuvreren, en acquisitie.
Maar vandaag wil ik het over een ander soort woord hebben. Een, ja, een woord zonder echte betekenis. Een woord wat je altijd kan gebruiken.

Goh?

“Goh” is misschien het mooiste woord in de Nederlandse taal, niet omdat het zo mooi geschreven is of omdat het zo’n mooie betekenis heeft. Nee, juist omdat het eigenlijk géén betekenis heeft.
Het is een woord die je in elke situatie kan gebruiken. Iemand verteld je een verhaal over wat hij/zij meegemaakt heeft die dag, je antwoord met: “Goh!” en er wordt niet raar opgekeken. De verteller is z’n ei kwijt en jij hebt goed opgelet, en een puike reactie gegeven. Iedereen is blij.
Voorbeeldje.
Wist je dat de gemiddelde medewerker bij de Rabobank er zo’n 44 kilo aan papier per jaar door jaagt?

...