Ik heb twee favoriete voetbalclubs, waardoor men mij vaak een beetje raar aankijkt. Nummer één is (natuurlijk, ik ben Groninger) FC Groningen, en nummer 2 is AFC Ajax. Ik ben opgegroeid als Ajax-fan, ik had op m’n kamer behang van Ajax en er hing een lamp van de Amsterdamse voetbalclub aan het plafond. Maar als Groninger voor Ajax zijn kan toch niet!? Iedereen heeft wat tegen Ajax, om wat voor reden dan ook, maar goed.
Zelf ga ik soms op zondagmiddag wel naar de FC toe om een potje voetbal te bekijken. De sfeer en het toch over het algemeen wel goede voetbal van FC Groningen maakt het erg leuk om te zien. FC Groningen moet thuis tegen Ajax? Dan ben ik wel voor de club uit de Stad. En uit tegen Ajax? Ook dán ben ik voor de jongens in het groen-wit.
M’n vader voetbalde, en m’n broer voetbalde ook, dus heb ik zelf uiteraard ook geprobeerd te voetballen. Ben er na een paar jaartjes mee gestopt, vond er geen bal meer aan.
Één van de dingen die ik er nog van weet is dat er altijd ontzettend fanatieke ouders langs de kant stonden. Trots op de kinderen als ze moesten voetballen, trotser als ze scoorden en het trotst als ze wonnen.
Ook weet ik nog dat we af en toe met een tournooitje meededen, waar we niet altijd even goed in presteerden. Zo heb ik thuis nog een troffee staan die we “gewonnen” hebben door laatste te worden. Poedelprijs noemen ze dat.
Poedelprijs is trouwens gemaakt met het woord “poedelen”, wat een niet vaak gebruikt woord is voor badderen, maar ook voor blunderen en missen. Een poedelprijs is dus voor iemand die veel blundert of mist.
Zo, nu eventjes over zondag.
Zondag is toch wel een van de favoriete dagen van de week. Lekker uitslapen, lang douchen en natuurlijk om zeven uur ‘s avonds op Nederland 1; voetjebal. Daar hoort natuurlijk wat te eten bij. Bij ons, en vele andere huishoudens, wordt er op zondagavond vaak patat gegeten. Dus rond half zeven wordt haastig de snackbar opgebeld, twee patat oorlog, één patat speciaal, twee frikandellen speciaal en ’n kroketje. Aangekomen bij de snackbar zitten en staan er meerdere mannen ongeduldig naar de klok te kijken, kwart voor zeven al. Ik heb het geluk dat de snackbar maar een paar minuutjes lopen is. Vijf voor zeven; “Bestelling voor Abee?” “Ja!”. Gelukkig, vijf minuutjes om terug te lopen, moet te doen zijn. Thuis aangekomen is Tom Egbers inmiddels al begonnen te vertellen wie tegen wie gespeeld hebben. Snel bordje op schoot, en genieten maar van de patat, want voetbal kijken op televisie is geen bal aan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten